Sporen van de tijd in het Essenburgpark

Blik terug

Tientallen jaren van verwaarlozing hebben ervoor gezorgd dat het Essenburgpark veel sporen van de landschapsgeschiedenis draagt. Terwijl de stad groeide, kon hier een laatste stuk polder blijven bestaan. Het gebied veranderde geleidelijk van weidse polder naar ingesloten stadsnatuur. Maar de oude lagen bleven in het gebied bestaan. Voor buurtbewoners verenigd in De Pluktuin, De Spoortuin en Ieders Tuin is deze traagheid en gelaagdheid van het Essenburgpark een van zijn belangrijkste kwaliteiten:

De spannende combinatie van wildheid, verstilling en tijd zorgt voor een sterk contrast met de omgeving.

Nu wij verantwoordelijk zijn voor het Essenburgpark willen we de noodzakelijke aanpassingen voor wateropvang en toegankelijkheid zo subtiel mogelijk inpassen. Dus zonder het verleden uit te wissen!

.

Het Essenburgpark is ontstaan dankzij protesten

Vanaf 2008 had de Nederlandse Spoorwegen grootste plannen om in het gebied te bouwen. Bewoners en tuinders waren het er niet mee eens. Het was immers een van de weinige groene uitzichten in het druk bebouwde Nieuwe Westen. Uit hun protesten ontstond in 2012 de Pluktuin en Ieders Tuin. In 2014 begon het ontwikkelcircus overnieuw. De gemeente stelde een projectleider aan die met bewoners in gesprek moest gaan over de bouwontwikkeling.

Dit keer troffen ze drie goed georganiseerde buurtinitatieven tegenover zich: De Pluktuin, Ieders Tuin en de Spoortuin.

De buurtinitatieven vonden in hun streven om van het gebied een park voor iedereen te maken, een deel van het gemeentelijk apparaat en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard aan hun zijde. Hier kon immers op een goedkope manier wateropvang worden gerealiseerd die de buurt climaat bestendig zou maken én meer leefbaarheid door groen. Onder deze druk besloot de NS te stoppen met haar pogingen het gebied te bebouwen en het voor een schappelijke prijs aan de gemeente te verkopen. Eind 2015 maakte de gemeenteraad van Rotterdam hier geld voor vrij.

Volkstuinen door NS verwijderd

In de natte polder, ten noorden van de oude spoordijk, zie je nog tuinplanten en fruitbomen, overblijfselen van de grote volkstuinen die hier decennia lang waren. De tuinders, veelal Turkse Nederlanders, hadden hier in de loop der tijd de prachtigste tuinen met groentes, fruit en bloemen. Door verwaarlozing van het beheer ontstonden er de laatste jaren misstanden. In 2015 heeft de NS op last van de gemeente de tuinen opgeruimd. Een aantal van de tuinders is nu aan de slag in de educatieve tuin. In het Rotterdams Kookboek kun je zien hoe mooi en gezellig het was.

En de spoeling werd dun

Honderdtien jaar geleden geleden was de Blijdorpse polder nog onderdeel van Overschie, een boerengemeente van veehouders onder de rook van Rotterdam. Aan de Beukelsdijk lagen de boerderijen van de Blijdorpse polder met namen zoals Veelzigt, Velzenlust, Havezigt, Rust Hoef, Jagt Huis en Veelust. De namen roepen een landelijke wereld op. Toch was hier sprake van intensieve veehouderij voor de export want de boeren aan de Beukelsdijk waren spoelingsboeren, die vlees- en melkvee voedde met spoeling, een voedzame smurrie van vergiste granen die het restproduct was van de Schiedamse jeneverstokerijen.

Boerderij aan de Beukelsdijk

Het vervoer van en naar de boerderijen vond per schuit plaats. Zo werd de spoeling over de Schie naar de kop van de Beukelsdijk gebracht en van daar overgeheveld op een schuit die over de sloot langs de Beukelsdijk naar de boerderijen voer. Op de afbeelding is de spoelingstelling te zien waarmee de spoeling op het erf werd overgeheveld. Achter de boerderij aan weerszijde van het oude spoor liep je zo de weilanden in. In het lage deel van het Essenburgpark is dit boerenlandschap nog onveranderd. De slootjes waar Jan van den Berg als kind overheen sprong zijn er nog. Afbeelding van Hendrik Roosing uit 1780, collectie Stadsarchief Rotterdam.

Citaat van Jan van den Berg in het boek ‘Aan de Beugelsdijk, Het Boerenleven in Overschie rond 1900’ van John van den Berg, Eburon, Delft, 2015:

“Ik zie nog voor me hoe grote koppels ossen, op een betrekkelijk klein perceeltje weiland, waarop in het midden een grote houten bak op schragen stond, zich aan dit hete en soms bijna kokend afval te goed deden en wel tot berstens toe.”

Al woonden de boeren zo dichtbij de stad, dat ze de woningen van de Binnenweg konden zien, hun leven speelde zich in het dorpse Overschie af. Daar gingen de kinderen naar school en de families naar de hervormde kerk. In 1902 annexeerde Rotterdam de Blijdorpse polder. In 1914 werd de Beukelsdijk in één keer ‘geamoveerd’ en alle boerderijen gesloopt om er de stad te bouwen. De meeste boeren verhuisden in 1914 naar Overschie waar ze vaak door ruimtegebrek niet verder konden met hun bedrijf.

Tussen 1880 en 1930 groeide Rotterdam als kool. Door de explosieve groei van de haven kwamen vooral boeren uit Brabant  massaal naar de Maasstad om in de nieuwe havens te werken. Hiervoor moesten nieuwe wijken komen, ook ten westen van de stad. De krijtstrepen voor de nieuwe wijken werden steeds door de stedenbouwkundige dienst van de stad gemaakt. De invulling met bouwprojecten viel toe aan de vele bedrijven en particulieren die in de stad wilden investeren. Het gebied rondom de Beukelsdijk is pas na 1910 tot ontwikkeling gekomen. Op deze kaart uit 1900 is te zien hoe het gebied rond de Mathenesserweg al in aanbouw is terwijl de Beukelsdijk nog een boerenwereld is. Kaart uit de collectie van het Stadsarchief Rotterdam.

De oudste spoorbaan van Rotterdam

In 1848 komt het spoor naar Rotterdam. Daarmee breidt de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (H.IJ.S.M) haar lijn Amsterdam-Den Haag uit naar het zuiden. Het spoor stopt bij het station Delftse poort ongeveer op de plek waar nu Rotterdam Centraal is. Het bouwen van spoorlijnen is geen eenvoudige klus in de natte veenpolders en over de rivieren van Zuid-Holland. Onder het hele tracé is een stevige dijk nodig om de spoorlijn droog te houden en de zware locomotieven te kunnen dragen. Ook de Schie vormde een grote barrière. De kostbare draaibrug over de Schie, want ook in 1848 was de Schie een druk bevaren route, was de eerste brug op deze plek. Van die brug zijn de landhoofden in het water nog aanwezig.

Als je naar de kaart van 1886 kijkt, besef je dat met de komst van het spoor een nieuwe ruimtelijke ordening ontstaat.

De kaarsrechte lijn, met boogpasser en liniaal getekend lijkt achteloos het oude polderland aan elkaar te rijgen. Ambachten, dorpen en steden die ooit moeizaam met trekschuiten en zandwegen waren verbonden zijn nu via de strakke dienstregeling van de HIJSM opeens goed verbonden.

Verlaten spoor

In 1873 breidt de Nederlandse staat de spoorlijn Amsterdam-Rotterdam uit naar richting Dordrecht en Breda en België. Grootschalige ingrepen zoals het twee kilometer lange luchtspoor door Rotterdam en de grote spoorbruggen over de Nieuwe Waterweg veranderen de stad ingrijpend. In het Essenburgpark komt een nieuwe hogere spoordijk te liggen ten noorden van de oude Spoordijk. De oude spoordijk met zijn bruggetjes over de poldersloten ligt er nog net zo bij als toen de Arend, de eerste stoomlocomotief die in Nederland werd gebruikt er tussen 1848 en 1873 overheen reed…